|
| Breedband |
Breedband
Breedband is een term die in combinatie met internet of netwerken
wordt gebruikt. Breedband betekent dat de verbinding met het netwerk
wordt gemaakt met een 'snelle' verbinding. De snelheid wordt meestal
uitgedrukt in kilobits/seconde, zodat het eigenlijk juister is om te
spreken van een verbinding met een grote doorvoercapaciteit.
Er zijn in Nederland en België twee populaire
breedbandinternetsystemen:
ADSL
Kabel
In 2003 maakte een derde van alle Nederlandse huishoudens met
internet verbinding via breedband en nog ongeveer de helft gebruikt
de klassieke modem (bron CBS). Kabel is momenteel nog populairder
dan ADSL, maar het aandeel van ADSL is stijgende. In België levert
enkel Telenet internet via de kabel, andere breedbandleveranciers
als Belgacom, Scarlet, ... leveren ADSL. Nederland heeft de meeste
breedbandgebruikers van Europa, en staat op de tweede plaats in de
hele wereld.
ADSL
ADSL is de afkorting van Asymmetric Digital Subscriber Line (ook
gekend als Asymmetric Digital Subscriber Loop). Het is een standaard
voor een digitale technologie die snellere datacommunicatie over een
telefoonlijn van koperdraad toelaat. Daar de datasnelheid bij de
ADSL-technologie hoger ligt dan met een conventionele analoge modem
noemen we dit ook wel een breedbandtechnologie. ADSL laat toe om een
breedbandverbinding tot stand te brengen tussen twee
telefoonaansluitingen via het bestaande PSTN- of
ISDN-telefonienetwerk. Met ADSL is de snelheid waarmee een
internetgebruiker data kan ontvangen (downstream) groter dan de
snelheid waarmee diezelfde gebruiker data kan versturen (upstream).
Dit is dan ook de reden van het woord Asymmetrisch in de afkorting
ADSL. Wie data met dezelfde snelheid wil kunnen versturen en
ontvangen moet de SDSL-technologie gebruiken.
In België en Nederland kregen veel gezinnen aan het einde van de 20e
eeuw toegang tot het Internet via inbelverbindingen met de analoge
modem of ISDN-modem. Bij de opkomst van de breedbandtechnologie (xDSL-technologie)
werd het mogelijk met hetzelfde paar koperdraden dat voor analoge
telefonie of ISDN werd gebruikt, sneller internetverkeer te
realiseren. De xDSL-technologie is een succes omdat het wordt
gesteund door de telefonie-operatoren, omdat deze hun bestaande
netwerk van koperkabels konden blijven behouden en snellere
datacommunicatie konden aanbieden door toevoeging van componenten
die de breedbandverbinding over de bestaande koperdraden tot stand
kunnen brengen.
Kenmerken
ADSL is in tegenstelling tot SDSL een asymmetrische DSL-variant. Dit
vanwege zijn niet-symmetrische verdeling van de bandbreedte; voor
upstream en downstream zijn verschillende bandbreedtes beschikbaar (bijv.
128 kbit/s voor uploaden en 2 Mbit/s voor downloaden). De maximale
upstream is 1 Mbit/s, de maximale downstream 7,8 Mbit/s (vaak
afgerond tot 8 Mbit/s). De afstand tot de wijkcentrale is maximaal
rond 8 km. Bij langere afstand neemt de snelheid af. Snelle
varianten van ADSL zijn VDSL en sinds kort ook ADSL2(+).
Functie
Een ADSL-verbinding biedt toegang tot een ATM-netwerk. Zoals ADSL
normaal geïmplementeerd is, maakt het ADSL-modem een verbinding met
een DSLAM via het ATM-netwerk van de telecomaanbieder aan de
internetaanbieder. Over deze ATM-verbinding wordt vervolgens TCP/IP-verkeer
getunneld.
Splitter
Een telefoonsplitter voor ADSLEen reeds aanwezige telefoonlijn wordt
door een splitter in twee banden gesplitst: een voor de
telefoongesprekken en een voor de internetverbinding. De splitter
heeft hiervoor ook twee uitgangen: een voor de bestaande
telefoonaansluiting (ISDN of PSTN) en een voor de ADSL-modem. Deze
splitter is noodzakelijk om onderlinge interferentie tussen de ADSL
modem en de telefoontoestellen te minimaliseren.
Modem
Een ADSL-modem is een toestel (of insteekkaart voor de computer) dat
de verbinding legt tussen de splitter en de computer. De
belangrijkste soorten zijn de ethernet-modem, de USB-modem en de
PCI-insteekkaartmodem. De gebruikte modulaties zijn anders dan bij
traditionele telefoonmodems, maar het digitale signaal wordt volgens
dezelfde principes tot een analoog signaal gemoduleerd alvorens het
op de lijn wordt gezet.
Tegenwoordig wordt vaak een toestel gebruikt dat men kortweg "Router"
noemt, maar dat in feite een combinatie is van volgende onderdelen:
ADSL-modem
Router (NAT-protocol)
DHCP server
DNS-server
Hiermee kunnen er meerdere computers (in een thuisnetwerkje) op één
ADSL aansluiting van Internet worden voorzien.
Techniek
Een normaal analoog telefoonsignaal heeft een frequentiebereik van
300 tot 3100 hertz en kan daar met een modem ongeveer 33 kbit/s
overheen sturen en maximaal 56 kbit/s ontvangen. De gebruikte kabel
naar de centrale kan vaak veel hogere frequenties aan, maar de
demping is voor die frequenties niet gespecificeerd. Ook is de
demping variabel naar gelang de kwaliteit en lengte van de kabel en
de aanwezigheid van andere storingsbronnen (denk aan naastliggende
aderparen). Het is dus niet mogelijk van te voren te bepalen hoe een
signaal gemoduleerd moet worden om het hele bereik optimaal te
benutten. ADSL verdeelt nu de frequentieband van 25,875 kHz tot 1104
kHz in vele kleine bandjes van 4,3125 kHz, en bepaalt voor elk van
die bandjes de kwaliteit van de overdracht. Voor de te gebruiken
transmissiesnelheid worden genoeg bandjes van voldoende kwaliteit
uitgekozen en apart gemoduleerd. Zonodig wordt er tussentijds van
bandje gewisseld als de omstandigheden dat vereisen. Ook kan het
voorkomen dat er niet genoeg bandjes van voldoende kwaliteit
beschikbaar zijn; in dat geval kan de gevraagde snelheid niet
gehaald worden.
De splitter bestaat uit een relatief eenvoudig tweewegfilter dat de
lage frequenties naar de analoge telefoonlijn stuurt en de hoge
frequenties naar de ADSL-modem.
Kabelinternet
Sinds 1998 is het kabeltelevisienetwerk niet meer alleen in gebruik
voor televisie maar wordt ook gebruikt voor Internet via de kabel.
Door middel van een kabelmodem bij de gebruiker thuis wordt een
dataverbinding opgezet naar het wijkcentrum of kopstation. Hier
wordt het verkeer verder getransporteerd over het datanetwerk van de
kabelexploitanten en gekoppeld aan de rest van het Internet. De
kabelexploitant treedt hierbij dus op als ISP. Kabelinternet is een
vorm van breedband-internet.
In eerste jaren had kabelinternet een slecht imago wegens technische
problemen en snelheidsproblemen. De technische problemen hadden te
maken met het feit dat voor het eerst retourverkeer op het kabelnet
plaatsvond en kabelmodemsystemen gevoelig zijn voor
signaalverstoringen. Deze problemen zijn in de loop der tijd vrijwel
opgelost, onder meer door de verglazing van het netwerk tussen het
wijkcentrum en het kopstation.
De snelheidsproblemen kwamen voort uit ondercapaciteit: een aantal
gebruikers deelt de capaciteit van en naar het kopstation en als de
totale capaciteit te laag is of het aantal gebruikers te hoog, dan
merken de gebruikers dit door een lage snelheid. De reden dat
kabelinternet vooral in het begin problemen had was dat, anders dan
een inbelverbinding, gebruikers niet per minuut hoefden te betalen,
vaak geen datalimiet hadden en daardoor veel meer verkeer
genereerden dan van te voren was verwacht. In combinatie met trage
kabelmodemsystemen en te veel gebruikers per gedeelde verbinding
leidde dit tot veel klachten. De huidige kabelmodemsystemen volgens
de Euro-DOCSIS-standaard hebben, wanneer goed gedimensioneerd, dit
probleem niet meer.
In Vlaanderen heeft Telenet tot augustus 2007 een monopolie voor
Internet via de kabel. Andere operatoren mogen hun netwerk nog niet
gebruiken voor het aanbieden van Internet.
|
|
|